Vermarkting van casino, geld, grond en arbeid.

Posted by admin at November 3, 2014

Category: Uncategorized

Nadat de politiek er in de decennia na de Tweede Wereldoorlog in geslaagd was de markt te temmen, lijkt deze laatste sinds de tachtiger jaren nieuwe vluchtwegen gevonden te hebben: de nationale kaders zijn doorbroken, de hele wereld is nu het werkterrein geworden van ’autonome’ kapitaal- en warenstromen. De markten van geld, grond en arbeid komen in nieuwe en ogenschijnlijk sterkere vorm terug op het toneel en geven het kapitalisme een nieuw gezicht. Het kapitalisme is haar greep op het geld verloren: het geld vloeit daarheen waar het hoogste rendement te halen valt. De nationale regeringen mogen meepraten en ’hun’ bedrijven meehelpen (met als stok achter de deur: delokalisatie en afdankingen), maar de beslissingen over de bestaansvoorwaarden van mens en natuur worden genomen in de directiekamers van banken en multinationals.

Het kapitaal krijgt daarenboven steeds meer het karakter van vluchtig, zelfbewegend geld en komt losser te staan van casino’s, machines, gebouwen, structuren en zelfs van de feitelijke productie van goederen en diensten. Er is sprake van een casino kapitalisme dat zich niet langer bezighoudt met de internationale uitwisseling van goederen, maar enkel geïnteresseerd is in de verandering van geld in (meer) geld. De samenleving wordt meer en meer uitgeleverd aan de catastrofale grillen van dit zelfbewegende geld. Ook de grond (= natuur) wordt meer en meer gereduceerd tot een wingebied van grondstoffen en een stortplaats van afvalstoffen. Als de milieuverloedering al als een ernstig probleem wordt erkend, dan probeert men er gauw een mouw aan te passen door de natuur zelf te vermarkten, d.w.z. door op (economisch relevante) aspecten van de natuur een prijskaartje te plakken.

Men spreekt van ecologische modernisering en ’win-win-situaties’: afremming van ecologische verloedering draagt bij tot economische groei. Mobiliteit en flexibiliteit, tenslotte, zijn terug van weggeweest als centrale mechanismen op de arbeidsmarkt: de arbeiders moeten dààrheen waar een baas hen wil en voor een loon dat de baas hen wil geven. In de context van een concurrentiële wereldeconomie wordt flexibilisering dé strategie om arbeid goedkoper te maken.

In het flexibele bedrijf van de toekomst wordt een vaste kern van goed beschermde arbeiders omgeven door een omvangrijke groep die weinig of niet beschermd wordt. Beloofd wordt dat er mogelijk meer werk komt als de mensen bereid zijn voor minder loon en onder slechtere omstandigheden te werken. Er bestaat ook een duidelijk waarneembare tendens om mensen die van een uitkering leven te verplichten dergelijke ’ongetemde’ arbeid te laten aanvaarden op straffe van verlies van hun uitkering.