Het gelukkige einde van de verzorgingsstaat

Posted by admin at October 20, 2014

Category: Uncategorized

 

In het begin van dit jaar publiceerden de Nederlanders André Bons en Raf Janssen een dun boekje met de opvallende titel ’Het gelukkige einde van de verzorgingsstaat’, dat kan gelezen worden als een vervolg op voorgaande publicaties (’Dansen en springen’, 1995, en ’De ziekte van het gangbare’, 1993), waarin gepleit wordt voor een dialectische opheffing van de huidige verzorgingsstaat.

Hierin concretiseren zij hun ideeën aan de hand van uiteenlopende stellingnamen die in de loop van een openbare discussie over de toekomst van de Nederlandse verzorgingsstaat geformuleerd werden. Over het algemeen stellen zij, en dat zal weinigen verrassen, een algemene verrechtsing van het sociaal-politieke ideeënspectrum vast (in de zin van een uitgesproken liberalisering). In hun eigen welsprekende bewoordingen, klinkt dat als volgt: ’De kans dat de verzorgingsstaat een droevig einde tegemoet gaat en de verpaupering nog zal toenemen, is vrij groot.

De ideologie die dat rechtvaardigt, ligt er al. Het is het grote verhaal van de markt, van de “productzorg”, van de kansen en risico’s, van de maatschappelijke strijd die het beste in de mens naar boven brengt en win-win-situaties creëert. (…) De ontwikkelingen binnen de verzorgingsstaat nemen hun eigen loop en wij lijken er machteloos tegenover te staan. Deze machteloosheid is voor een deel gewild: we koesteren ons graag in een gevoel van hulpeloosheid, we brengen hardnekkig verzet niet meer zo snel op. Het is voor niemand gemakkelijk te ontsnappen aan de verleidelijke ethiek van het bezitsindividualisme. Intussen heeft deze stille overgave, dit sociale quiëtisme, grote voordelen voor het in stand houden van het marktsysteem. De rechtvaardiging voor deze cynische houding vinden we in de gedachte dat de samenleving niet meer maakbaar is. De onzichtbare hand van de markt schudden we maar al te graag. Het ontbreekt ons werkelijk aan geëigende woorden om de prestaties van dit “instrument” te loven, dat de keuzen voor ons maakt, eerlijk en onpartijdig, buiten overwegingen van politiek en moraal om. De politiek is een markt geworden, de samenleving werkt als markt, de heersende moraal is de moraal van de markt. Precies waar we behoefte aan hadden, na al dat gepieker, gedebatteer en gemoraliseer in de jaren zestig.’