Barsten van twijfel in de casino economie

Posted by admin at February 8, 2015

Category: Uncategorized

Toch merken beide auteurs op dat de tijd van de kritiekloze markt-euforie definitief voorbij is en plaats heeft moeten ruimen voor een soort van ’realistisch’ marktdenken. Hun originele voorstel is nu deze barsten in het beton van de marktideologie verder open te wrikken om ruimte te scheppen voor de post-markt utopie. Want, gezien de destructieve logica van de samenlevingsontwrichting en de ecologische afbraak, volstaat het gangbare realisme van het haalbare niet meer.

Daarom willen de auteurs de opkomende twijfel radicaliseren door de kritiek op de markt te vertalen in begrippen die een weg wijzen voorbij de verzorgingsstaat. Zo gaat het neo-liberale dagma uit van het axioma dat het bezitsgerichte individu zijn eigen belangen hoort na te streven en dat het overheidsingrijpen tot een minimum dient beperkt te worden. Onafhankelijkheid, economisch omschreven, staat centraal in dit denken. Maar ook liberale denkers geven toe dat verantwoordelijk menselijk gedrag – individueel én collectief – slechts mogelijk is als uitgegaan wordt van de inbedding van het burgerlijke atoom in een maatschappelijk verband en van de samenleving in een ecologische context. ’Daarom is het verstandiger, rationeler, om de maatschappelijke afhankelijkheid tot uitgangspunt van denken en doen te nemen.’

Zelfverwerkelijking van het individu heeft steeds een sociaal en ecologisch aspect. Daarbij kan de neo-liberale afkeer van de staat geëxtrapoleerd worden naar alle anonime machten (ook die van de vrije markt- en geldeconomie) die de activiteiten van groepen en mensen onvrij maken. Het conservatieve midden munt uit in het uitzenden van moralistische boodschappen in de richting van het individu, dat zijn fout gedrag dient te veranderen. Dit moralisme zou echter met veel meer recht gericht kunnen worden tegen de mechanismen van de gangbare amorele economie. Waarbij een morele economie méér is dan een ’ingekapselde casino economie’ omdat de inkapseling nooit lang stand zou houden tegenover een marktlogica die zich steeds van alle beperkingen tracht te bevrijden.

Moralisme veronderstelt steeds een radicale decentralisatie van de economische activiteiten: de verbondenheid van de mensen met elkaar en met de natuur moet zichtbaar en tastbaar blijven. Sociaal-democratisch geïnspireerde wetenschappers introduceerden het begrip ’de-commodificatie’ (= ont-waring) als graadmeter voor het niveau van voorzieningen dat een bepaald type verzorgingsstaat aanbiedt: de bestaanszekerheid van burgers is niet langer afhankelijk van hun participatie aan de warenproductie en de omvorming van hun eigen arbeidskracht tot een ’waar’. Echte en universele ’de-commodificatie’ veronderstelt echter een maatschappij van de post-schaarste die dank zij de ontwikkelingsgraat van de moderne technologie (en haar mogelijke omvorming tot een eco-technologie) niet langer een illusie is en waar het oude socialistische principe ’van ieder naar vermogen, voor ieder naar behoefte’ volle geldigheid zal verkrijgen. Marxisten en anarchisten hebben steeds het idee verdedigd dat de maatschappij maakbaar is – het is mogelijk de werkelijkheid te veranderen in een gewenste richting – waardoor ook vooruitgang een feit wordt. Met de val van de Muur raakten de centrale noties waarvoor het radicale socialisme stond, in discrediet. In plaats daarvan trad de notie van economische noodzaak en grote scepsis omtrent de mogelijkheid om maatschappelijke problemen op te lossen en uitwegen te zoeken die de geijkte marktpaden omzeilen. Het is een ideologie ter bevestiging van de status-quo en ingegeven door welbepaalde belangen: als er gewerkt kan worden aan een Europese Gemeenschap, waarom zou er dan niet gewerkt kunnen worden aan een vrije, rationele en ecologische samenleveing?

Vanuit feministische hoek is steeds gewezen op de aparte plaats die zorgarbeid inneemt in de samenleving. Deze arbeid is concreet, productief, niet vervreemdend en de enige die essentieel is voor het voortbestaan van de samenleving. Maar in plaats van de dominante feministische strategie om de zorgarbeid een plaatsje te bezorgen temidden van de loonarbeid is het ook mogelijk op de barricade te gaan staan om alle arbeid het karakter van zorgarbeid te geven: niet op winst gericht, ruimte biedend voor samenwerking, voor zintuiglijkheid, voor eigen ritmes en voor emotionaliteit.

De groenen, tenslotte, hebben gewezen op het centrale belang van de natuur als basis voor het voortbestaan van de samenleving. Technologische vernieuwing, milieuwetgeving en marktbijsturing volstaan echter niet om recht te doen aan de natuurlijke grondslag van het samenleven. Een naadloze aansluiting van de maatschappelijke samenleving ( de tweede natuur in de terminologie van M. Bookchin) op de oorspronkelijke evolutionair-biologische (eerste) natuur – in de gestalte van een rationele, sociaal-ecologische vrije natuur – veronderstelt een nieuwe invulling van alle menselijke instellingen (wetenschap, technologie, arbeid, economie, gemeenschap,…)